Christus: homoiousios of homoousios?
Wie voelt zich welkom op een plaats waar men voortdurend woordenschat gebruikt die je onbekend is? Waarom voelen mensen zich vaak niet thuis in de kerk of op Ichtus? Wellicht is het gebruik van veel ‘protestants jargon’ een reden. Denk maar aan vreemde woorden als ‘bloed van Christus, genade, oudsten, de gemeente, Gods Geest’. We gebruiken deze woorden vaak uit gewoonte zonder werkelijk te beseffen wat we zeggen. Ik herinner me nog de eerste protestantse kerkdienst die ik bijwoonde: er werd gesproken over ‘de ouderling van dienst’. Vanuit mijn niet- kerkelijke achtergrond dacht ik dat de predikant het had over het bejaardentehuis in de straat.
Hoe pakten de eerste christenen geloofsverkondiging eigenlijk aan? Het valt op in de Schrift dat de apostelen rekening hielden met hun toehoorders door woorden en beelden te gebruiken die ze kenden. Een paar voorbeelden uit de brieven van de apostel Paulus:
- Als Paulus zich richt tot een Joods publiek, dan gebruikt hij typisch Joodse termen als ‘koninkrijk van God’, ‘besnijdenis’ en ‘Messias’ en hij verwijst vaak naar de Torah. Als hij zich richt tot Romeinen dan gebruikt hij termen uit de Romeinse cultuur of de Griekse filosofie. Hij gebruikt bijvoorbeeld meer de uitdrukking ‘Jezus is Heer’ (‘pater familias’) en ‘Jezus is Verlosser’ (keizerlijke titel).
- De beeldspraak van ‘mede-erfgenaam worden van Gods koninkrijk’ gebruikt Paulus (bijv. Gal.4) omdat adoptie bekend was bij de Romeinen. Net als heidenen door adoptie Romeinse burgers konden worden, kunnen ze door het geloof burgers worden van Gods koninkrijk.
- Ook spreekt Paulus veel over ‘het mysterie’ (Ef. 1:9). Velen waren ingewijd in één van de Romeinse mysteriegodsdiensten. Paulus legt uit dat God het mysterie heeft bekend gemaakt voor iedereen: Jezus Christus.
- Als Paulus de stad Athene bezoekt (zie Hand. 17:16-34), dan ziet hij de vele godenbeelden en informeert zich over de Griekse filosofie. Hij grijpt hun filosofie aan om het Evangelie begrijpelijk te maken in termen die ze kennen. Hij ziet bijvoorbeeld een altaar met het opschrift ‘voor de onbekende god’ en hij grijpt dit aan om deze God aan hen bekend te maken. Paulus citeert zelfs één van de Griekse filosofen die over de godheid had gezegd “Uit hem komen ook wij voort”, om uit te leggen dat God niet in een beeld zit, maar een levende God is waar we op kunnen vertrouwen.
Paulus toehoorders waren overwegend aanhangers van de Griekse filosofie. Welke levensbeschouwing hangen de mensen om ons heen aan? Het is verstandig om net als Paulus meer ‘feeling’ te krijgen met de achtergrond van medemensen door met hen in gesprek te komen en door taal te gebruiken die ze begrijpen. Welke woordenschat gebruiken mensen bijvoorbeeld vandaag als het gaat om hun levensbeschouwing? Zijn we voldoende gastvrij door rekening te houden met hun achtergrond in alles wat we doen en zeggen in onze kerk of op de studentenvereniging?
————————————————————————-
[1] Het theologisch jargon in de titel gaat terug op een theologisch debat uit de vierde eeuw. Critici stelden toen de vraag of Christus en God één in wezen zijn (‘homoousios’) of gewoon gelijksoortig (‘homoiousios’). Vanwege dwalingen moest de kerk zoeken naar woorden om het Evangelie begrijpelijk te maken en op het concilie van Nicea nam men het eerste standpunt in. Meer info: zie hier.

Grappig, net aan t leren en ik zie een artikeltje…