In de Goede Week lezen we Efeziërs 6. In het vijfde hoofdstuk had Paulus het drie keer over wandelen: wandelen in liefde (v. 1-6), wandelen in het licht (v. 7-14) en wandelen als wijzen (v. 15-20). In het eerste deel wordt verwezen naar de liefde die Christus heeft getoond als voorbeeld. In het tweede deel wordt beroep gedaan op de vrucht van de Geest en in het derde deel wordt verwezen naar de vervulling door de Geest. Het is opnieuw duidelijk wat Paulus in Efeziërs 2:8-10 al zei: we zijn afhankelijk van Christus en onze goede werken vloeien voort uit de genade en niet omgekeerd.

In v. 21 gaat Paulus vervolgens naar een meer specifiek niveau dan de meer “algemene” aansporingen in de voorgaande gedeeltes naar de concrete situatie: het gezin. Hier wil ik opnieuw herhalen wat ik de vorige blogpost had vermeld. Deze tekst gaat volgens mij niet over de verhouding tussen man en vrouw, alhoewel dat op het eerste moment zo lijkt. Een hint hiervoor is te vinden in v. 21 en v. 32. Als wij dit stuk lezen (het gaat verder tot 6:9) dan denken wij: “Maar dit gaat toch over het gezin?” Ja, maar Paulus schrijft deze brief aan de kerk te Efeze en in die tijd waren er voornamelijk huiskerken, dus dit soort structuren (vrouw-man, kind-vader, slaaf-meester) vormden de basis voor de kerk en in veel gevallen waren ze de kerk.

Meer nog, let er op hoe het contrast niet is tussen kind-ouders of slaaf-meesteres, maar dat telkens de man (of de pater familias, een beetje hetzelfde als de Godfather) aangesproken wordt. Dit gaat veeleer om machtsstructuur dan om gezinssituaties. En Paulus probeert die machtsstructuren te doorbreken (al zeggen mensen vandaag vaak dat hij ze versterkt) door op de verantwoordelijkheid van de pater familias te wijzen. Dit was gezien Paulus’ context érg revolutionair.

  • Dag 1: Lees de tekst met Lectio Divina. Dit is eerder bezinnend en geen studie. Lees de tekst vier keer. De eerste keer lees je hem gewoon. Na de tweede keer vraag je je af of er een woord, een zinsdeel of een zin is die je opvalt. Na de derde keer denk je na over de vraag waarom dat woord of dat zinsdeel opvalt (wat is de link met je leven). Na de vierde keer denk je na over de vraag of God je iets wil duidelijk maken door dit woord/zinsdeel. Dank en bid over wat God je duidelijk maakt. Als je niets opvalt is dat geen probleem. Soms spreekt de Bijbel niet onmiddellijk tegen je.
  • Dag 2: Print de tekst uit (de tekst kun je HIER downloaden) en pas de Zweedse methode toe op de tekst. Meer uitleg vind je HIER. Waar gaat deze tekst volgens jou over? Zie je een link met je eigen leven?
  • Dag 3: Pas een manuscriptstudie toe. Duid de volgende zaken aan: kernwoorden, woorden die herhaald worden, moeilijke delen, vragen, tegenstellingen, etc. Probeer ook structuur in de tekst te brengen. Probeer vandaag te focussen op de observatie en probeer ook al antwoorden te zoeken op de vragen die je krijgt.
  • Dag 4: Probeer Ef. 6:10-20 te vertalen naar een hedendaagse context. Probeer een voorbeeld te vinden uit je eigen omgeving. Hoe wapen je je tegen onrechtmatige machtsstructuren in jouw omgeving (daarvoor moet je uiteraard eerst een beeld hebben van die machtsstructuren)?
  • Dag 5: Lees de tekst opnieuw, maar ga nu op basis van de Zweedse methode, de manuscriptstudie en de “vertaling” nadenken over de praktische implicaties voor je leven. Waar heb jij iemand gedomineerd of je macht over hem uitgeoefend? (Dat kan gerust ook op school, op je werk …) Hoe kun jij je wapenen tegen onenigheid?
  • Dag 6: Verwerk wat je hebt geleerd door een creatief gebed. Voorbeelde: een schrijfgebed, een brief aan God, een gebedswandeling, een gedicht, bidden met de krant open (bidden voor verzoening in de wereld) …