Vasten: Efeze 4 (3/4-9/4)
In de vierde week van de vastentijd lezen we Efeziërs 4. Dit met een gelijkaardig opzet als de vorige weken. Paulus gaat in Efeziërs 3 nog een stuk verder dan hij in hoofdstuk 1 en 2 al geweest is. Hij heeft het thema “geheimenis”, nl. dat ook niet-joden tot het volk van God behoren, al een paar keer aangeraakt, maar nu wordt hij er expliciet. Hij benadrukt dat dit de reden is dat hij gevangen zit (v. 1, 13) en zo benadrukt hij het belang ervan: het gaat om zijn bediening. Het gedeelte tussen deze twee verzen bestaat uit twee delen die gelijkaardig zijn opgebouwd: v. 2-7 en v. 8-12. Paulus zegt eerst dat hij verkondiger is van het geheim (v. 2, 8-9a), het gaat om een geheimenis dat nu pas helemaal geopenbaard is (v. 3-5, 9b) en ten slotte uit twee zaken die verband houden met het geheimenis: in v. 6-7 staat de inhoud van het geheim, in v. 10-12 staat dat de gemeente de opdracht heeft gekregen om dat geheimenis ook te openbaren. Dit zal belangrijk worden voor het tweede deel van de brief waarin de kerk eerder praktische instructies krijgt om de “verkondiging” vorm te geven.
Paulus gaat verder met een gebed (v. 14-21). Hij vraagt God om inzicht bij de gemeente van Efeze zodat ze het geheimenis mogen begrijpen. Merk daarbij op dat Paulus ook in dit gebed blijft benadrukken hoe belangrijk het feit is dat alle volken deel uit maken van het volk van God (“elk geslacht”, “alle heiligen”, “ten volle begrijpen”, etc.). De “amen” in v. 21 is geen afsluiten van de brief, maar zorgt voor een directe overgang naar het tweede gedeelte van de brief: hoe werk je dit geheimenis dat zo belangrijk is nu uit in de praktijk. Het gaat nu niet om terugkijken naar het moois dat gebeurd is, maar om vooruitkijken naar wat moet gebeuren.
- Dag 1: Lees de tekst met Lectio Divina. Dit is eerder bezinnend en geen studie. Lees de tekst vier keer. De eerste keer lees je hem gewoon. Na de tweede keer vraag je je af of er een woord, een zinsdeel of een zin is die je opvalt. Na de derde keer denk je na over de vraag waarom dat woord of dat zinsdeel opvalt (wat is de link met je leven). Na de vierde keer denk je na over de vraag of God je iets wil duidelijk maken door dit woord/zinsdeel. Dank en bid over wat God je duidelijk maakt. Als je niets opvalt is dat geen probleem. Soms spreekt de Bijbel niet onmiddellijk tegen je.
- Dag 2: Print de tekst uit (de tekst kun je HIER downloaden) en pas de Zweedse methode toe op de tekst. Meer uitleg vind je HIER. Waar gaat deze tekst volgens jou over? Zie je een link met je eigen leven?
- Dag 3: Pas een manuscriptstudie toe. Duid de volgende zaken aan: kernwoorden, woorden die herhaald worden, moeilijke delen, vragen, tegenstellingen, etc. Probeer ook structuur in de tekst te brengen. Probeer vandaag te focussen op de observatie en probeer ook al antwoorden te zoeken op de vragen die je krijgt.
- Dag 4: Ga verder met de manuscriptstudie. Probeer nu goed zicht te krijgen op de structuur en probeer alle moeilijke vragen aan te pakken.
- Dag 5: Lees de tekst opnieuw, maar ga nu op basis van de Zweedse methode, de manuscriptstudie en de brief nadenken over de praktische implicaties voor je leven. Wat is jouw taak binnen Gods gemeente? Welke zonden moet jij afleggen?
- Dag 6: Verwerk wat je hebt geleerd door een creatief gebed. Voorbeelde: een schrijfgebed, een brief aan God, een gebedswandeling, een gedicht, bidden met de krant open (bidden voor verzoening in de wereld) …
Opmerkingen:
- V. 8 is een citaat van Psalm 68:19. Wat ons gevangen hield, wordt gevangen genomen.
- V. 9 kan verschillende zaken betekenen. Je kunt zelf vast wel bedenken wat het is.
- V. 20 wordt in de Statenvertaling (net als de NBV, HSV en Willibrord) vertaald met “Zo hebt u Christus niet leren kennen, …” Op zich kan deze vertaling en lijkt die zelfs een stuk aannemelijker als je naar het Grieks kijkt. Mijn professor Grieks verzekerde me echter dat “Gij geheel anders” (NBG, cf. GNB) een geijkte Griekse uitdrukking is. Het is dus beter om het te vertalen met: “Maar gij geheel anders, gij hebt Christus leren kennen.”
