Wie deze week het journaal bekeek, kon er niet naast kijken: het bijzondere fragment uit De Zevende Dag, waarin Yves Leterme en Ivan De Vadder de spelers in een erg boeiend interview zijn – niet zozeer inhoudelijk, maar wel qua vorm.

Wat er op dat moment in beide hoofden omgaat, dat weet ik niet, maar het is wel te zien dat Yves Leterme niet antwoordt op de vraag van De Vadder: waarom slapen er mensen op straat als het beleid goed gevoerd is? Yves Leterme lijkt de vraag te negeren, maar dat doet hij bewust. Hij lijkt namelijk eerst uitgebreid te willen beschrijven welke beslissingen tot het huidige opvangbeleid geleid hebben.

De Vadder reageert misschien niet optimaal en niet echt professioneel (hij herpakt zich wel), maar zijn vraag blijft wel terecht. En hoewel het een natuurlijke reactie is van Leterme om in de verdediging te schieten, blijft het wel staan: veel mensen staan letterlijk op straat in erg barre omstandigheden. Letermes reactie is begrijpelijk, wij hebben als mensen allemaal die neiging, maar wat zou het mooi geweest zijn als Leterme eerst had gezegd hoe verschrikkelijk hij het vond dat zijn beleid wat dat betreft gefaald had. Zelfs al was hij nog niet de directe verantwoordelijke, hij is als premier eindverantwoordelijke en dan moet je durven toegeven dat iets niet goed verlopen is.

Een paar weken geleden was ik bij een avond van Stef Bos (lees HIER het verslag). Tijdens die avond interpreteerde hij een aantal Bijbelse verhalen op zijn eigen manier. Ik had het meest moeite met zijn interpretatie van David als een man die terugkijkt op een leven dat in mineur eindigt: de macht heeft hem gecorrumpeerd. Voor mij is David net het voorbeeld met uitstek van een leider die durft toegeven als hij fout zit (en David zit ongelofelijk fout). David durft de verantwoordelijkheid opnemen voor zijn fouten en laat daarbij zijn menselijkheid en zijn beperktheid zien (lees Psalm 32 en 51 maar eens).

Ik hoop dat Ichtus Vlaanderen ook een plek mag zijn waar leiders (zowel staf als studenten) hun verantwoordelijkheid opnemen en ook zwakte mogen laten zien. En ik hoop dat we dat laatste ook durven doen. Ik hoop dat we bij gemaakte fouten – ja, wij maken ook fouten – niet op zoek gaan naar een zondebok of een mooi alibi, maar dat we onze verantwoordelijkheid mogen opnemen. Ik hoop dat we wat dat betreft op David mogen lijken – niet de David van Stef Bos, maar de David van God.