Kerst en verkondiging… ze horen als een tweeling bij elkaar. Dat is al zo vanaf het allereerste Kerstfeest, ook al gaat de boodschap vandaag al te vaak verloren in duur inpakpapier onder een versierde dennenboom. De eerste kerstnacht ging gepaard met vreugdevol nieuws. Niet voor niets betekent het Griekse woord waarvan ons woord evangelie is afgeleid letterlijk goed nieuws. Gaat ons kerstfeest nog gepaard met de verkondiging van deze goede boodschap?

De allereerste keer in mijn leven dat ik het kerstverhaal in de Bijbel las, herinner ik me nog goed: het was tien jaar geleden in de lente. We vonden thuis een versleten boek met het Nieuwe Testament en die wilde ik meegeven met de vuilkar. Omdat ik het echter zonde vond een boek weg te gooien dat ik nog nooit gelezen had, besloot ik uit nieuwsgierigheid wel even het begin te lezen. Ik kwam onder de indruk van de verkondiging van het allereerste kerstfeest (en dat in de lente!) en ik werd geprikkeld om verder te lezen.

Het verkondigen van het goede nieuws blijft belangrijk bij onze viering van het kerstfeest. Gezellig het kerstfeest vieren in familieverband is goed, maar het zou jammer zijn als we de oorsprong van het kerstfeest uit het oog verliezen bij het eten van een kerstkalkoen. Maar wat is eigenlijk de christelijke boodschap? Er is een kloof tussen hoe christenen over Jezus denken, en hoe een gemiddelde niet-kerkelijke Vlaming staat tegenover het ‘kerstkind’. Het protestantse christendom benadrukt de goddelijkheid van Christus, terwijl de meeste Vlamingen Jezus hoogstens zien als een mens die ‘goed’ geleefd heeft. Hoe zit dat eigenlijk: Is Jezus werkelijk God of is Hij hoogstens een (goed) mens?

De Kerstboodschap: Jezus, God én mens?

Voor mijn studie lees ik Christian Theology van Erickson. De auteur maakt een sterk punt voor wat betreft verkondiging. Hij stelt in een hoofdstuk over Humanity dat de christelijke theologie veel verschillen heeft met andere academische disciplines, maar… er is echter één onderwerp wat ons verbindt: het onderwerp ‘menselijkheid’. Aan het bestaan van God wordt getwijfeld, maar aan onze menselijkheid twijfelt niemand en uitgerekend over het thema ‘menselijkheid’ heeft het christelijke geloof veel te vertellen. Tweeduizend jaar geleden konden mensen zich goed identificeren met Jezus, omdat Hij – anders dan de Farizeeën – als mens onder de mensen kwam en oog had voor de zwakken in de samenleving. Jezus’ mens-zijn geeft een uitstekend aangrijpingspunt om het gesprek te starten met andersgelovigen.

Wat mij als ‘ongelovige’ vooral trof toen ik voor het eerst Bijbel las, was vooral Jezus als mens: het eenvoudige, arme gezin waarin Hij geboren werd, Zijn fijngevoelige omgang met medemensen en Zijn scherpzinnige onderricht. Hoe meer ik echter onder de indruk kwam door Jezus’ mens- zijn, hoe meer ik leerde over Zijn God-zijn. Hoe meer ik vandaag onder de indruk kom van Jezus’ goddelijkheid, hoe meer ik terug getroffen wordt door Zijn menselijkheid. Het mens-zijn van Christus wordt door ons evangelicale christenen vaak ten onrechte verwaarloosd door het onevenredig benadrukken van Zijn goddelijkheid. Het Kerstverhaal toont immers ten diepste dat God een mens werd, door Zijn Zoon Jezus Christus. Anderzijds wordt vandaag bij velen de goddelijkheid van Christus onterecht ontkend ten voordele van een humanistisch Christusbeeld. Was Jezus God? Of was Hij mens? Deze vraag hield theologen uit de eerste eeuwen na Christus bezig. Terecht heeft het concilie van Chalcedon (451 na Chr.) de twee naturenleer ontwikkeld: Jezus is volledig God én mens (en niet 50% God en 50% mens, maar honderd procent God én mens). Beide aspecten mogen bij de viering van het kerstfeest niet uit het oog verloren worden.

God die mens werd onder ons? Jezus werd in een gewoon gezin geboren en de omstandigheden waren erbarmelijk. Een hoogzwangere vrouw verplichten om dagenlang te lopen vanwege een verplichte volkstelling, toont de hardheid van de Romeinse overheerser. Dat er geen plaats werd gemaakt in de herberg voor een hoogzwangere, is onmenselijk en ik moest hier spontaan aan denken bij de asielcrisis in ons land. Herders in het veld – en herders stonden toen aan de rand van de samenleving – mochten als eerste vreugdevol nieuws vernemen: ze zullen een kind vinden gewikkeld in doeken in een kribbe. God stuurde Zijn Zoon naar de wereld om volledig één van ons te zijn en herders – die zoals gezegd laag op de sociale ladder stonden -, mochten als eerste op babyvisite.

Sneeuw op kerst?

Andersgelovigen leggen bij hun begrip van het evangelie de nadruk op maatschappelijke betrokkenheid (zoals armoedezorg), terwijl evangelische christenen bij de prediking de nadruk leggen op de vergeving van onze ‘persoonlijke zonden’. Waar moet onze klemtoon liggen bij verkondiging? Jezus verwoordt in het begin van Zijn openbare optreden de kern van Zijn onderricht met een citaat uit het Bijbelboek van Jesaja:

“De Geest van de Heere is op Mij, omdat Hij Mij gezalfd heeft; Hij heeft Mij gezonden om aan armen het Evangelie te verkondigen, om te genezen die gebroken van hart zijn,

om aan gevangenen vrijlating te prediken en aan blinden het gezichtsvermogen, om verslagenen weg te zenden in vrijheid, om het jaar van het welbehagen van de Heere te prediken”

(Lucas 4:18-19 uit de herziene Statenvertaling).

Dit is de diepere betekenis van het eerste kerstfeest. Jezus kwam om vrijheid te geven in elk opzicht van het woord. Sociale gerechtigheid is een integraal onderdeel van Jezus’ onderricht: aan de zwakken (zoals de armen, bejaarden, vreemdelingen en wezen) wordt recht gedaan. Dat is de betekenis van het koninkrijk van God op aarde: het herstel van het paradijs. Bijdragen aan ongerechtigheid is dus zondigen tegenover God en dat aspect mis ik bij de prediking in onze Vlaamse evangelicale wereld waar een onevenwichtige klemtoon wordt gelegd op ‘persoonlijke, ethische zonden’. De vrijheid die Christus komt brengen is echter niet beperkt tot het sociale herstel. Alle domeinen van het menselijke bestaan worden hersteld, dus ook in geestelijk opzicht. Christus kwam om de relatie tussen mensen onderling te herstellen, maar ook de relatie tussen mens en God. Zoals het Bijbelboek Jesaja (1:18) het schrijft: “Al waren uw zonden rood als scharlaken, ze zullen wit worden als sneeuw”. Wat weerman Frank Deboosere ook zal voorspellen, het Evangelie kondigt dus een witte Kerst aan!